Maandag

Zoals elke morgen loop ik door de tuin naar het werk. Ik kijk naar de boshyacinten en zie al paarse knoppen boven komen van tussen de lange puntige bladen. De bloemen hebben zich overal in de tuin uitgezaaid. Nog even en dan…

Ik groet de kerselaar. Zijn knoppen lijken klaar om open te barsten, maar hij houdt de spanning er nog even in. De perelaar aan de overkant van het pad, staat wel al te bloeien, net als de narcissen in de potten aan onze schuifdeur.

Ik loop verder naar de achterzijde van de tuin. Achter de compostbakken en het schuurtje ligt de voormalige moestuin die door enkele jaren van verwaarlozing is herschapen in een woestenij. De rij appel- en perenbomen houdt nu de palen overeind waarlangs we ze oorspronkelijk geleid hebben. Het hout is rot.

Ik kijk op mijn gsm. Het is bijna 8 uur. Zo meteen moet ik beginnen werken. Ik wandel terug naar de achterdeur. “Goedemorgen Frank,” groet ik als ik binnen kom. Ik trek mijn jas uit en zet de computer aan. Dag 15 van het Corona huisarrest is begonnen.

Ongelegen

Ongelegen

Ik ben met de jongens op weg naar huis met de auto na de zwemles. Het is ongeveer half twee in de namiddag. Uit de tegenovergestelde richting zie ik een groep wielrenners aankomen. Het zijn er wel 50, schat ik. “Kijk,” zeg ik lachend tegen de jongens, “een zwerm fietsers.”

Maar dan schiet plots een motorrijder langs de groep heen aan een veel te hoge snelheid voor de bebouwde kom. Hij scheert rakeling langs mij om terug op het juiste rijvak te komen. “Zot!” denk ik bij mezelf.

Dan zie ik dat een wit busje de groep ook probeert in te halen, terwijl de kop van het peloton al bij mij is. Dat kan natuurlijk niet lukken. Die chauffeur moet mij toch opmerken. Het busje flikkert met zijn lichten.

Ik vertraag. “Wat is die nu van plan?” vraag ik luidop. “Je kan er niet voorbij, man. Stop dan toch en ga terug op je rijvak achter de fietsers.” M., die naast me zit, kijkt me aan, maar zegt niets. Ook E. achteraan blijft stil.

De witte bus rijdt ondertussen gewoon door. Dan stop ik maar. Het busje vertraagt, maar blijft toch doorrijden. Ik kijk de chauffeur, een oudere dame met kort grijs haar, strak aan en herhaal duidelijk articulerend terwijl ik mijn ogen wijd open sper: “Stop! Stop! Stop!”

Vlak voor de neus van mijn auto, komt het busje tot stilstand.

De vrouw kijkt mij verongelijkt aan en steekt haar handen radeloos in de lucht. Alsof ze wil vragen waarom ik hier nu eigenlijk moet rijden, terwijl zij geen zin heeft om achter die groep fietsers te blijven hangen.

Ik kijk hoofdschuddend terug en zeg (ook al weet ik dat ze me niet kan horen): “waar bent u mee bezig? U kon helemaal niet inhalen. Wat verwacht u nu van mij?”

Het peloton is ondertussen gepasseerd en de oude dame met de bus sluit er hoofdschuddend achteraan. Ze is er blijkbaar nog steeds van overtuigd dat zij volledig in haar recht is en dat ik gewoon moeilijk doe door daar te willen rijden.

Het voorval laat me ondertussen niet los. Ik kan er niet bij dat die mevrouw niet begreep dat zij in fout was en dat ze verwachtte dat wij uit het niets van haar pad zouden verdwijnen. Misschien helpt het dat ik het nu heb opgeschreven…

Ondersteboven

Misverstand

M. had net zijn laatste examen achter de rug en mocht vroeger naar huis.

Oma zou hem rond 10u komen ophalen.

Ik zat achter mijn computer op het werk. Er liep iets fout met een programma, dus had ik een conference call met een help-desk medewerker die mijn scherm had overgenomen. Het vlotte niet. Ik zat maar wat te staren naar wat de IT-er aan het doen was.

Toen kwam er een Whatsapp bericht binnen op mijn GSM. Op dat moment een welkome afleiding, dus nam ik de telefoon in mijn hand. Het kwam van M.

“Komt papa mij halen – nadenkende smiley”

Ik schrok: zou oma er nog niet zijn? Het is al 10:24!

Vlug stuurde ik een berichtje terug: “Oma zou moeten komen”

De IT-er vroeg iets. “Pardon, wat zei u?” “Kan je even proberen of het nu lukt?” “OK, momentje.” Waarom is Oma er niet, vroeg ik me ongerust af? “Neen, nog steeds niet, sorry.” De man aan de andere kant van de lijn ging verder met zijn pogingen.

Ik stuurde een SMS-je naar Oma: “Ben jij M. vergeten?” En dan vlug er achteraan: “Zit in conference dus kan niet bellen”

Ze SMS’te meteen terug: “Nee hoor, maar vanavond , willen we weten .”

En even later: “Zit al in de auto”

Ik whatsappte meteen opgelucht naar M.: “Ze is onderweg”

Toen begon me iets te dagen. Ik las de berichtjes nog eens opnieuw.

Ik SMS’te Oma: “Nu ben ik mee. Papa komt hem halen.”

En naar M.: “Nu ben ik mee. Papa komt je halen vanavond”

“Mevrouw, bedankt voor het wachten. Ik vind het niet direct, dus ik ga even overleggen met mijn collega’s. Blijft u even aan de lijn?” “Ja hoor,” antwoorde ik afwezig. Mijn stille paniek had welgeteld 6 minuten geduurd. Met de computer zou het ook wel goed komen.

M. stuurde een kwartier later nog een berichtje: “Nee ik bedoelde om 17:00 maar dat wist je al door – smiley van een oma”

Ik terug: “Ik was helemaal in de war – omgedraaide smiley”

Drie kwartier later stuurde hij weer een whatsappje: “Hoe heb je die smiley omgekeerd gekregen – nadenkende smiley”

Ik antwoordde hem pas ’s avonds. Want mijn computer werkte ondertussen weer.

Hallo, ween!

Heks-piraat
Aan de kook

Stond ik pompoenlasagna klaar te maken op Halloweenavond, kreeg ik opeens het lumineuze idee om er een klein feestje van te maken.

Eerst haalde ik mijn zwarte rok, gestreepte kniekousen en hoge hoed boven en trok ze aan. Over mijn gestreepte trui, deed ik een bruin hesje. Ik zag er half als heks, half als piraat uit, vond ik. Niet al te eng dus.

De plusdochter zag me verkleed terug naar de keuken sluipen. “Sssht,” gebaarde ik haar, “het is een verrassing voor de jongens.” Ze keek me goedkeurend aan. Even later kwam haar vriendje binnen. Hij keek me aan en zei zoals steeds: “Hallo.” “Oei, wat zou hij hiervan vinden,” dacht ik, “rare stiefmoeder?”

Terwijl de lasagna in de oven stond, dekte ik de tafel. Ik legde fuchsia servetten (overschot van bij de sushi die we eens hadden besteld) op de borden en goot grenadine in de glazen. In het donker zou dat vast een beetje lijken op bloed.

Ik zocht en vond twee grote kaarsen en stak ze alvast aan. De grote ledlamp boven de tafel zette ik op de kleur donkerrood: sinister. Oh, wat was dit griezelig leuk.

Op Spotify vond ik een playlist met Halloween als thema. Zo was het plaatje compleet.

In het halfduister wachtte ik tot de oven klaar was met bakken. Toen riep ik naar boven dat het etenstijd was en daarna verstopte ik me achter mijn “kookeiland” (nog niet het definitieve, voorlopig is het een met wat planken ineengetimmerd fornuis waar ik ook mijn potten onder kwijt kan).

Ik hoorde de plusdochter, haar vriendje en onze jongste zoon E. naar beneden komen. “Waarom is het hier zo donker? Doe het licht aan!” zie die laatste streng. Ik sprong vanachter het fornuis, maar hij vervolgde onverstoorbaar: “mama wat is dit? Doe het licht aan! Waarom ben je verkleed?” En toen hij de kaarsen zag: “mag ik ze uitblazen?”

“Neen,” riep ik, “je broer en papa moeten het nog zien. Het is voor Halloween. Vind je het niet leuk?” “Mama,” zie hij verveeld, “met Halloween moet je gaan ‘trick or treaten’. Bel de mama van mijn beste vriend, dan kunnen we straks gaan.” “Oh maar, die zijn op reis jongen. Sorry. Daarom vieren we hier Halloween.” Hij leek niet overtuigd.

Ondertussen liep papa binnen: “heb je je niet kunnen inhouden jong,” lachte hij. Hij vertopte zich achter een muurtje om onze oudste zoon te doen schrikken. Die gaf echter geen krimp: “ik had jullie al gezien vanop de trap. Ik zag jou ineens wegduiken achter het fornuis, mama. Hahaha!”

Iedereen ging aan tafel zitten en ik verdeelde de lasagna over de borden. Het vriendje van de plusdochter nam een hap en vroeg toen: “oei, zitten hier noten in?”

“Ja hazelnoten. Ben je allergisch? Dat wist ik niet.” “Ai,” zei de plusdochter, “ik was vergeten dat er noten in deze lasagna zaten…” “Zo erg is het niet hoor,” zei haar vriendje verontschuldigend, “ik krijg wellicht alleen wat jeuk in mijn keel of zo. Ik eet het wel op hoor.”

Ondertussen blies E. toch maar een van de kaarsen uit. Papa hielp hem met de tweede. Het licht werd weer op zijn normale kleur gezet.

Long story short: het vriendje overleefde de lasagna, iedereen liep na het eten en na hun bord in de vaatwas te hebben gezet onmiddellijk naar boven: de plusdochter om met haar vriendje samen te zijn in haar kamer, de jongens omdat ze televisie wilden kijken.

Moeder bleef achter in haar heks-piraat outfit en hoopte even dat er die avond nog iemand aan zou bellen om een snoepje te eisen. Ze legde alvast een zak M&M’s klaar.

Tevergeefs.

September (deel 2)

Oei. Deel 2 van september in november. Wat vliegt de tijd. De dagen zijn toch echt veel te kort soms :-).

Blozen
Mobieltje, oh mobieltje, wees toch even stil…

Blozen op de infoavond

De infoavond van de lagere school is ondertussen bekend terrein. Ik ga er alleen naartoe, terwijl Frank op de kinderen past.

Voor de infoavond van de Middelbare school de week nadien echter, hebben we oma opgetrommeld om te babysitten. Daar willen Frank en ik samen naartoe.

Midden in de presentatie door de directeur gaat mijn GSM af – die ik nochtans op stil had gezet. Het is een herinnering om de vuilnisbak vanavond buiten te zetten. Ik duik in mijn handtas en zet het ding zo snel mogelijk af.

Met een rode kop fluister ik hard genoeg tegen Frank waarom mijn toestel afging, zodat ook onze buren het horen: “Hahaha…’t Was ’t alarm voor de vuilbak,.. hahaha!” Hij kijkt mij aan met zijn blik van alwetende IT-er: “je weet toch dat je alarmen volledig af moet zetten,” fluistert hij terug. “Ik dacht al dat je die van de vuilbak was vergeten.” “Waarom zeg je dat dan niet?” sis ik.

Ik kijk steels naar de directeur vooraan in de zaal. Maar die vertelt onverstoorbaar verder. Mijn GSM is dan ook niet de eerste noch de laatste die die avond per ongeluk af gaat.

De klastitularis van onze oudste zoon M. neemt ons mee naar een klas op de derde verdieping om wat meer uitleg te geven. Ik vind het fantastisch om naast mijn lief op de schoolbanken te mogen zitten. Die ervaring heb ik niet gekend tijdens mijn eigen tijd in het middelbaar. Het akkefietje met het vuilnisalarm heb ik hem al vergeven. Kijk ons hier zitten blinken.

De klastitularis vraagt iedere ouder wie hun kind is. Ze blijkt ze al allemaal goed te kennen en heeft lovende woorden. Wat zou ze straks over onze M. vertellen?

Haar verhaal doet me alweer blozen. Blijkbaar is onze zoon diezelfde morgen naar school gekomen op zijn pantoffels. De klastitularis stond aan de poort en had het gezien. M. werd vuurrood en vroeg of hij even terug naar huis mocht. “Wij wonen daar,” vertelde hij haar, wijzend naar de overkant van de straat. Dat mocht hij.

“Ik vond het zo aandoenlijk,” lacht ze. Wij blozen en lachen een beetje beschaamd: “ja, hahaha, das onze M. hahaha.” Iedereen lacht. Niemand zal snel vergeten wie onze zoon is. Dat is wel duidelijk.

Als we thuiskomen vertellen we M. over zijn eigen ochtend. Gelukkig kan hij er ook mee lachen en voelt hij zich niet betrapt… al zie ik wel een rode gloed op zijn wangen.

 

 

September (deel 1)

September. Was me dat een maand. Heel wat anekdotes om op de blog te zetten en gewoon nog geen tijd gehad. Eerst wou ik er een hele post aan wijden, maar nu denk ik dat ik het beter in kleine stukjes doe. Kwestie van me er niet in te verslikken (moetjes en zo :-))

Eerste schooldag

1ste schooldag

Ik heb een paar uur vrij genomen om mijn kinders naar school te brengen. M. naar het eerste Middelbaar en E. naar het vierde studiejaar. Ze zitten gelukkig wel nog steeds op dezelfde campus.

M. wordt vroeger verwacht, dus gaan we eerst naar de speelplaats van het middelbaar. Geen van de twee jongens voelt zich op zijn gemak. M. houdt ten allen tijde vijf meter afstand van mij, alsof hij niet wil dat iemand te weten komt dat ik zijn moeder ben.

E. daarentegen plakt tegen mij aan en houdt niet op met jammeren: “Ik mag hier niet komen, mama. Dit is de speelplaats van het middelbaar.” “Oh, ga dan maar naar de speelplaats van het lager jongen. Kijk, er staan al juffen te wachten.” Hij blijft zijn armen om me heen klemmen.

Ik trek hem mee om een koffie te gaan halen bij een tafel waarop een percolator staat. Er is geen leerkracht te bekennen, dus schenk ik mezelf een kopje in. “Mama, mag dat wel,” piept de kleinste? “Ja, natuurlijk jongen,” zeg ik zelfverzekerd.

Gelukkig. Daar zie ik E zijn beste vriendje aankomen met zijn mama. “Kijk, daar is F.,” zeg ik en trek hem mee naar de speelplaats van het lager. Eindelijk laat hij me los. Daardoor merkt hij nu pas dat ik een rok draag.

Zonder waarschuwing tilt hij hem op. Ik schrik en duw de rok geschrokken weer naar omlaag: “Wat doe jij nu?” “Heb jij geen broek aan?” vraagt hij onschuldig. Ik rol met mijn ogen. “Natuurlijk: een onderbroek! Wat je net deed was heel onbeleefd!” Hij kijkt me half verwonderd, half ondeugend aan. “Snotaap,” denk ik, “die is in elk geval ontdooid.”

Gelukkig heeft alleen de mama van F. het voorval opgemerkt. Ik babbel wat met haar en even later komt ook de nieuwe juf van de twee vrienden bij ons staan. E. loopt ondertussen haastig achter F. aan om zijn boekentas weg te zetten.

Mijn oudste is al naar binnen verdwenen en de tafel met de percolator aan de overkant van het speelplein is opgeruimd. Ik kijk naar het lege koffiekopje in mijn hand. “Oei, mag dat wel?”

 

Cake

Untitled design (4)
Hoge instagramwaardige verwachtingen 🙂

Het regent al de hele ochtend en het ziet er niet naar uit dat het snel zal ophouden. Ik ben wat moe van de voorbije week en een dagje cocoonen lijkt me wel wat.

Als ik nu eens cake zou bakken: appelcake. We hebben een overvloed aan appels van de 2 boompjes in de tuin. Gisteren kreeg ik voor de dag van de klant bovendien gratis 3 extra eieren bij de verpakkingsvrije winkel.

Bloem, suiker en bicarbonaat heb ik altijd in huis. Cake dus. De gedachte alleen al verwarmt mijn hart.

Ik zet alles klaar terwijl de jongens nieuwsgierig komen kijken. “Wat ga je doen mama?” Ik glimlach geheimzinnig. Straks hebben ze het wel door.

Ik haal het kookboek van de “Boerinnenbond” boven, dat ik jaren geleden van mijn oma kreeg. Ze zou afgelopen vrijdag 86 geworden zijn. Ik lees het tekstje dat ze vooraan in het boek schreef. Zo is ze weer heel even bij mij.

Ik mix de vetstof, de suiker en de eierdooiers, klop de eiwitten en zeef de bloem. Mijn jongens kijken aandachtig toe als ik de cake in de warme oven schuif. Ze hadden graag de vorm er zelf in gezet en staan te zwaaien met 2 extra ovenwanten. Helaas voor hen: daarvoor vertrouw ik ze nog niet helemaal.

Een uurtje later is de cake klaar en ruikt het hele huis ernaar. Heerlijk. “Ontvorm de cake en laat hem afkoelen op een rooster,” zegt het boek.

Ik draai de vorm boven het rooster om en schud ermee om de cake er zachtjes uit te laten schuiven. Daarop breekt het ding in grote stukken die droogweg op het rooster ploffen. Een heleboel kleine stukjes appel vallen erdoorheen, pardoes op het fornuis.

Lekker.

Reality
De realiteit. Gelukkig wel lekker 😉